Historiek

Ijs en romeinen
Op de grens tussen de gemeenten Jabbeke en Oudenburg loopt tot op heden de Duinenweg. Deze naam verwijst naar de vroegere oude binnenduin die op deze plaats te vinden was. De Hoge Dijken vormden op deze manier een hoge zandrug t.o.v. de lager gelegen polders. De binnenduin was een natuurlijke dijk om het achtergelegen gebied te beschermen tegen de Noordzee, ontstaan tijdens de laatste ijstijd. Vandaar de naam de ‘Hoge Dijken’. Ook de Romeinen wisten dat goed en bouwden een burcht in het nabije Oudenburg. Op het huidige natuurdomein werden resten van Romeinse en ook vroeg Middeleeuwse bewoning teruggevonden.

 

Ministrieel bezoek
In de noordwestelijke hoek van het gebied werd in de jaren 1950-1960 afval gestort door de gemeente Roksem. Later werd, gezien de gekende geologische opbouw van de ondergrond, het totale gebied geviseerd door de toenmalige Belgische overheid (Bestuur van Bruggen en Wegen). In de late jaren ’60 werkte de regering immers aan een betere bereikbaarheid van de westkust. Het groeiende toerisme zorgde voor heel wat economische impulsen aan onze kust. De autosnelweg tussen Brussel en Oostende had toen reeds zijn waarde ruimschoots bewezen. De Belgische regering wilde bovendien, in het vooruitzicht van de nakende Kanaaltunnel tussen Engeland en Frankrijk, het Belgische autowegennet verbinden met de nieuwe Europese transportassen. Logischerwijze moest dus de E40 van Brugge naar Veurne doorgetrokken worden.
De zandwinningen gingen van start in 1973 en duurden tot 1976. Er werd wit zand ontgonnen tot een diepte van 15 à 20 meter. Op 14 à 15 meter kwelde het grondwater reeds aan de oppervlakte. Het zand werd vervolgens door een boot met zuigers afgezogen. Via een pijpleiding door de polders van Ettelgem kwam het zand uiteindelijk terecht op de berm voor de nieuwe snelweg. Voor de start van de werken kwam zowaar de minister van Openbare Werken De Saegher afgezakt naar Ettelgem en Zerkegem (nu deelgemeenten van Oudenburg en Jabbeke). Met een zware legerhelikopter werd de minister aangevoerd en verwelkomd door meer dan 250 genodigden.

 

Nieuwe bestemming
Na de ontginningswerken bleef een achtvormige plas over die volledig afgesloten werd. Hierdoor kon de natuur toen al ongestoord ontwikkelen. Toch werd druk gezocht naar een andere bestemming... Een huisvuilstort werd het niet omwille van de investering in een intercommunale verbrandingsoven in Oostende. Ook drinkwaterwinning bleek o.a. omwille van het waterspaarbekken in Esen bij Diksmuide eveneens niet langer een mogelijkheid.
Op 29 juni 1983 werd het domein overgedragen aan de Vlaamse Gemeenschap. Intussen was de watersport zich volop aan het ontwikkelen, vooral onder impuls van het nieuw opgerichte Bloso. Na wat nieuwe ministeriële bezoeken (o.a. door Gaston Geens en Daniël Coens) bleek al snel wat werd gepoogd: de uitbouw van een watersportcentrum door BLOSO, met eventuele kansen voor de bouw van weekend verblijven en een hotel. Een plaatselijke horecaman claimde zelfs een potentiële investering van 100 miljoen, als ze hem maar zijn zin lieten doen...

 

Journalist en schrijver Jan Desmet ontdekte als één van de eersten de ondertussen buitengewoon grote natuurwaarde van het gebied en publiceerde hierover in het bekende tijdschrift Grasduinen. Meest opmerkelijk was toen zeker de reusachtige kolonie oeverzwaluwen van meer dan 800 nesten. Zowaar de grootste kolonie van Vlaanderen. Maar ook de aantallen watervogels zoals smienten, slobeenden en wintertalingen mochten er best zijn.
De tweestrijd, watersportcentrum of natuurcentrum, bracht heel wat teweeg. Nieuwe ministers op bezoek (Ackermans, Kelchtermans), politieke ruzies, verdeelde meningen bij de plaatselijke bevolking. Wou men nu een camping met vakantiehuisjes en watersporters, of eerder een nieuw toegankelijk natuurgebied met bezoekerscentrum?

 

De aanhouder wint
Bloso kreeg voorlopig de winnende hand. Halfweg de jaren '80 streken twee zomers lang honderden kinderen uit het binnenland neer om te surfen en te zeilen. Het huisje op de noordelijke oever werd ingericht en natuurliefhebbers werden de toegang ontzegd tot het domein.

Diavoordrachten, informatievergaderingen, wandeltochten, affiches, stickers, persberichten, ministeriële bezoeken (ja, opnieuw), kabinetten en ministeries platlopen in Brussel, alle pogingen werden ondernomen om het tij alsnog te keren. Ook de eerste cursussen van de nieuwe vereniging de Roksemput vrienden gingen door in de sporthal van Roksem. En wat niemand meer voor mogelijk hield gebeurde toch: toenmalig bevoegd minister Theo Kelchtermans besliste in 1986 (na een nieuw bezoek met geleide wandeling) het domein de Hoge Dijken uit te bouwen tot een natuureducatief gebied met mogelijkheden voor stille recreatie zoals vissen, wandelen en natuurbeleving! In 1987-1988 besliste de Vlaamse regering uiteindelijk om het domein over te dragen aan het Bestuur van Waters en Bossen (nu: Afdeling Bos en Natuur).

 

Verdere uitbouw
De inrichting van het domein liet enkele jaren op zich wachten, maar tussen1989 en ’92 werd het gebied beplant met ruim 15000 inheemse bomen en struiken. De Hoge Dijken werd uitgebouwd als Vlaams natuurreservaat met een oppervlakte van 52 ha. De Vlaamse Gemeenschap financierde de opbouw van de nodige infrastructuur. Er werd een natuurcentrum neergezet.
In het domein werd ook aandacht besteed aan zachte recreatie: een wandelpad, vier vogelobservatiehutten en enkele vispontons. Verder werden drie ondiepe inhammen aangelegd aan de noordelijke zijde van het domein om vispaaiplaatsen en broedgelegenheid voor vogels te creëren. Met het uitgegraven zand werden bermen aangelegd die de watervogels beschermen tegen verstoring. Aan de oostelijke oever werd breuksteen gestort om afkalving door de golfslag tegen te gaan. De hoge oeverwand werd behouden. In het midden van de plas werd een kunstmatig eiland aangelegd om sternsoorten aan te trekken. Het ponton werd snel ingepalmd door aalscholvers die er hun rust en duikplaats vinden.
Op 5 februari 1992 kon met een officiële plechtigheid de natuur- en milieueducatie op het domein van start gaan. Onder de vorm van een samenwerkingsakkoord werd in 1993 de vzw ‘Vrienden van de Hoge Dijken’ opgericht. Deze vereniging stond mee in voor de organisatie en coördinatie van natuureducatie in en rond het domein. De vzw speelt tot op vandaag nog steeds een belangrijke rol in het gebied door het aanbieden van geleide wandelingen, opzetten van tentoonstellingen, … Het natuureducatief centrum ‘De Grote Zaagbek’ wordt op vaste tijdstippen bemand door leden van de vzw en Natuurpunt. Het beheer is nog steeds in handen van de Vlaamse Overheid.

 

Een korte geschiedenis van de Hoge Dijken kan je hier terugvinden: ‘Extra Info’ (uitgever: gemeente Jabbeke).